Politieraad en politiecollege
In meergemeentezones wordt het lokaal politiekorps bestuurd door twee organen, namelijk de politieraad en het politiecollege. De zonechef heeft de algemene, dagelijkse leiding over het korps:
Politieraad
De politieraad heeft een beperkt aantal leden om het functioneel vergaderen en beslissen mogelijk te maken. Het totaal aantal leden is wettelijk bepaald volgens het aantal inwoners van de meergemeentezone. Het varieert van 13 tot 25 leden.
In de politieraad van onze politiezone zetelen 21 raadsleden, hun mandaat duurt 6 jaar en vangt aan op de eerste werkdag van de derde maand die volgt op de installatie van de gemeenteraad (gewoonlijk dus april).
De mandaten in de politieraad worden evenredig verdeeld over de gemeenteraden van de verschillende gemeenten uit de meergemeentezone. De wet voorziet in minstens één vertegenwoordiger per gemeente. De leden van de politieraad worden uit en door de gemeenteraadsleden gekozen de derde maandag die volgt op de installatie van de gemeenteraad. Elk gemeenteraadslid heeft hiertoe een bepaald aantal stemmen, al naargelang het aantal te verkiezen leden.
Bloed- of aanverwanten tot de derde graad en echtgenoten kunnen niet samen deel uit maken van de politieraad. Logischerwijze maken daarbovenop alle burgemeesters van de deelnemende gemeenten deel uit van de politieraad. Zij moeten er hun gezamenlijk politiebeleid voorstellen en laten goedkeuren. Zij moeten ook de kans krijgen om op vragen en voorstellen van de politieraadsleden te antwoorden.
De politieraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en tenminste 4 keer per jaar. De bevoegdheden van de raad zijn specifiek, namelijk het toezien op de organisatie en het beheer van de lokale politie. De vergaderingen zijn openbaar, behalve als het over personen gaat.
Elk lid beschikt over één stem. Bij stemmingen over vaststelling van de begroting, de begrotingswijzigingen en de jaarrekeningen, gelden dezelfde regels als bij het politiecollege. Ook het veiligheidsbeleid onder de vorm van een zonaal veiligheidsplan, wordt gevalideerd door de raad zodat ze er de politieke verantwoordelijkheid voor kunnen opnemen
Samenstelling
Meer informatie over de samenstelling vindt u hier.
Politiecollege
Het politiecollege wordt gevormd door de burgemeesters van de verschillende gemeenten uit de politiezone. Het mandaat vangt aan op het ogenblik van de eedaflegging als burgemeester. Het politiecollege stelt één van zijn leden aan als voorzitter. Het politiecollege neemt de bevoegdheden op die in een ééngemeentezone toekomen aan de burgemeester. Die is verantwoordelijk voor de orde, de veiligheid en de rust.
In het politiecollege beschikt elke burgemeester over een aantal stemmen naar evenredigheid van de minimum politiedotatie die zijn gemeente in de politiezone doet. Het politiecollege mag alleen beraadslagen en besluiten als de meerderheid van de stemmen (niet van aantal leden!) is vertegenwoordigd. Beslissingen worden bij meerderheid van die stemmen genomen.
Elke politiezone, zowel eengemeentezone als meergemeentezone, heeft:
-
een korpschef: Een lokaal politiekorps staat onder leiding van een korpschef. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het lokaal politiebeleid en het zonaal veiligheidsplan. De korpschef oefent zijn bevoegdheden uit onder het gezag van de burgemeester of het politiecollege. Naast een informatieplicht, moet hij elke maand verslag uitbrengen aan de burgemeester of aan het politiecollege over de werking van het korps.
-
een zonale veiligheidsraad: in elke politiezone wordt een zonale veiligheidsraad opgericht waarin een systematisch overleg wordt georganiseerd tussen de burgemeesters, de procureur des Konings, de korpschef van de lokale politie en de bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie. De raad staat in voor de bespreking, de voorbereiding en de evaluatie van de uitvoering van het zonale veiligheidsplan.
Het politiecollege neemt de taken van de verschillende schepencolleges over voor wat de organisatie en het beheer van het politiekorps betreft. De beslissingen op vlak van personeel en middelen worden er voorbereid alvorens ze aan de politieraad worden gepresenteerd. Voor wat de bestuurlijke politie betreft, blijft elk bestuur bevoegd voor het uitvaardigen van de reglementen en verordeningen in zijn gemeente.
Samenstelling
Meer informatie over de samenstelling vindt u hier.
Korpschef
De korpschef is commissaris Johan Geeraert.Hij staat vooral in met het in goede banen leiden van de integratie van de 4 politiekorpsen en 2 brigades van deze politiezone in de nieuwe structuur. Ook het globale beheer van het korps, op het vlak van personeel, logistiek en budget is zijn verantwoordelijkheid.
Hij staat ook in voor het opstellen en, na overleg in het politiecollege en goedkeuring door de politieraad, uitvoeren van het zonaal veiligheidsplan dat de te voeren veiligheidspolitiek inzake bestuurlijke en gerechtelijke politie vastlegt voor 4 jaar. Hierin worden de prioritair aan te pakken onveiligheidfenomenen genoemd en het actieplan om eraan te verhelpen. Hij brengt regelmatig verslag uit over de stand van zaken en presenteert een eindevaluatie.
De burgemeesters kunnen, elk in hun gemeente, de politie van de zone bevelen en richtlijnen geven die nodig zijn voor het handhaven van de openbare orde of de bestuurlijke politie en dit via het kanaal van de zonechef. Voor al deze taken wordt de zonechef bijgestaan door een groep medewerkers waaronder de officieren korpschefs en brigadecommandanten van de vroegere korpsen en eenheden.






