Geschiedenis van Vinderhoute

Boek 'Vinderhoute van de prehistorie tot heden'

In dit boek wordt de geschiedenis van de deelgemeente Vinderhoute historisch doorgelicht vanaf het vroege begin (prehistorie) minstens tot 1976 (Fusie met Lovendegem) en meestal tot op heden.

Het boek beslaat ongeveer 800 pagina's met meer dan 800 foto's, grafieken en tabellen. Een uniek naslagwerk waarin je misschien zelf aan bod komt, of één van je voorouders tegenkomt.

De kostprijs is 45 euro en het boek is te verkrijgen in de bibliotheek tijdens de openingsuren.

Geschiedenis van Vinderhoute in een notendop

Vinderhoute wordt voor het eerst vermeld in 966 als Vindreholt. Holt betekent bos maar Vinder zou volgens de ene teruggaan op vinder of "rechter", volgens een ander zou het betekenen "plankenbrug zonder leuning".

Vinderhoute ligt omsloten door waterlopen: in het N. de Brugse vaart in de 17de eeuw gegraven in de bedding van de vroegere Durme- Kalene en parallel hiermee lopend de Kale of het Geleed. In het W de Kale, in het Z. de Borisgracht, die een verbinding vormt tussen Kale en Meirebeek, en in het O. de Meirebeek, ook Gavergracht genoemd, die uiteindelijk uitmondt bij het pompstation in de Duivelsput, samen met de Kale. Tot in de vorige eeuwen werden vooral de lager gelegen delen langs deze beken dan ook regelmatig overstroomd bij hevige regenval.

Maar reeds veel vroeger woonden hier mensen. Overblijfselen uit het vroege Mesolithicum wijzen reeds op bewoningsvormen in deze periode. In de nabijheid van de Molen werden ook sporen gevonden van rurale nederzettingen uit de La-Têne-periode. Deze nederzettingen bleven wellicht bestaan in de Romeinse tijd.

In de Middeleeuwen was de heerlijkheid van Vinderhoute één van de oudste en aanzienlijkste lenen van het graafschap Vlaanderen. In de 12de eeuw is een Willem van Venderhod bekend maar op het einde van de 12de eeuw kwam het gebied in handen van de heren van Gaver die ook het graafschap Evergem en de heerlijkheden van Merendree, Mariakerke en vele andere onder hun bezit hadden. In de loop der volgende eeuwen kwamen er nog een aantal gebieden bij, andere vielen weg. De heerlijkheden Vinderhoute en Merendree bleven echter steeds samen. Bekendste telg uit deze familie was Raas van Gaver die in 1200 mee op kruistocht trok.

In de 14de eeuw kwam het gebied in handen van Gwijde van Montmorency, heer van Laval.
Begin 16de eeuw werd Vinderhoute bestuurd door een Gents edelman, Lieven van Pottelsberghe die mits een afkoopsom in 1518 als heer van Vinderhoute erkend werd. Hij was ook de man die het kasteel van Vinderhoute liet verbouwen tot zijn huidige vorm. Hij was gehuwd met Livina van Steelandt, laatste afstammelinge van de Allijns, stichters van het Allijns-godshuis in Gent, thans het Huis van Allijn. Lieven van Pottelsberghe en zijn zoon lieten dit godshuis vermeerderen met talrijke nieuwe woningen en een nieuwe kapel.

Door huwelijken kwamen steeds andere families aan het hoofd te staan. Begin 17de eeuw werd Jan Wouters heer van Vinderhoute, begin 18de eeuw was het Willem Le Poyvre wiens erfgename in 1744 huwde met de graaf van Carnin en Staden. Hun enige kinderloos gebleven zoon overleed in 1830. Dit was meteen de laatste heer van Vinderhoute. Zijn bezittingen werden door zijn erfgenamen uiteindelijk openbaar verkocht waarbij heel wat waardevolle kunstwerken en documenten verloren gingen. Het kasteel van Vinderhoute werd in 1830 verkocht aan de De Schietere de Caprijcke die vanaf 1822 burgemeester van de gemeente was.

Bossen en weiden rond het kasteel waren een geliefkoosde plek voor talrijke reigers. Hieraan danken de inwoners van Vinderhoute hun bijnaam. En reigers zijn ondertussen weer verschenen in deze streken.

In 1830 bij de onafhankelijkheid van België werd het gemeentebestuur volledig vernieuwd. Alle documenten waren voortaan in het Frans gesteld en de familie Heynssens pleegde blijkbaar een soort machtsgreep: alle belangrijke posten kwamen in hun handen: burgemeester, secretaris, gemeenteontvanger, onderwijzer, koster, secretaris van de kerkfabriek.

Van de kerk van Vinderhoute vinden wij de eerste vermelding in 966 in een document gegeven aan de St-Baafsabdij. Een afbeelding van het kleine eenbeukige kerkje staat op een kaart van Sanderus, samen met het kasteel van Vinderhoute dat door een dreef, de huidige Kasteellaan, met de kerk verbonden was. In 1821 werd het te kleine kerkje hersteld en vergroot maar dat bleek nog onvoldoende. Een nieuwe vergroting vond men niet opportuun en in 1855 werd de oude kerk afgebroken en een nieuwe gebouwd. Groot bezieler was pastoor De Laere die zelf heel wat persoonlijk geld gespendeerd heeft aan de inrichting van de kerk. Te vermelden als belangrijkste kunstwerken zijn het fijn gebeeldhouwde kerkmeubilair en vooral de indrukwekkende preekstoel. Daarnaast zijn er nog de prachtige glasramen met het leven van de patroonheilige, de H. Bavo. Al die rijkdom werd mogelijk door de milde giften van de rijke kasteelheren en de kleine maar al even belangrijke giften van de eenvoudige mensen van het dorp.

Vinderhoute kende nog vermeldenswaardige pastoors. In 1568 werd pastoor Gillis de Meyere op de brandstapel terecht gesteld bij het Gravensteen wegens zijn ketterse opvattingen.
En in 1944 kwam pastoor Moernaut om het leven in het Duitse Bochum door ontberingen en slechte behandeling. Hij was gevangen genomen en naar Duitsland gedeporteerd omwille van zijn anti-Duitse houding die hij van op de preekstoel verkondigde.

In de 19de eeuw was Vinderhoute een dorp met zo'n 600 inwoners, vooral kleine landbouwers. Door de opkomst van de fabrieken in de stad Gent waren ook heel wat gezinnen werkzaam in de textielindustrie. Daarnaast kwamen rijke industriëlen uit de stad hier wonen op hun buitenverblijf, vandaar de talrijke kastelen.

Pas rond het midden van de 19de eeuw kreeg Vinderhoute stilaan zijn huidige vorm. Naast de bouw van de nieuwe kerk in Vinderhoute in 1855 werd in 1867 door de gemeente een pastorie gebouwd.
In hetzelfde jaar 1855 werd voor het eerst een straat van de gemeente, de Brugstraat, belegd met kasseien.
In 1863 werd er aan de Bierstal een brug gelegd over het uitgediepte kanaal van Gent naar Oostende. Pas 10 jaar later werd de weg vanaf het dorp naar Drongen toe eveneens voorzien van kasseien.
In 1861 werd door de gemeente een eigen gemeenteschool gebouwd. Vanaf 1884 deed ook het vrij onderwijs zijn intrede en in 1889 werd met de bouw van het klooster begonnen.

Vinderhoute had toen zelfs geen eigen gemeentehuis, het was gevestigd in café De Kroon op het dorp. Burgemeester Jonkheer Ridder de Ponthieure de Berlaere schonk in 1873 een stuk grond en het gebouw dat hij er had laten optrekken aan de gemeente om als gemeentehuis te dienen. In 1897 werd er een verdieping op gebouwd.

Vanaf het begin van de 20ste eeuw werd er steeds meer gebouwd en begon de bevolking toe te nemen, wat vooral het geval was na de bouw van de woonwijken Rozenhoed en Kerkkouter in de jaren '70 van voorgaande eeuw.

Toch blijft Vinderhoute nog steeds zijn open en landelijk karakter behouden. De talrijke historische kastelen gelegen in mooi onderhouden parken geven het dorp een riante allure. Het oudste Kasteel van Vinderhoute is verbonden met het dorp door de statige eikendreef waarlangs ook het Dreefkasteel en iets verder het kasteel Ten Velde liggen. In de Neerstraat ligt het Wit Kasteel en de bomenrijke Schouwbroekstraat wordt gedomineerd door het Schouwbroekkasteel. Hier trekken vooral de eeuwenoude kastanjebomen bij het ingang van het park de volle aandacht. In de Vredesdreef liggen nog enkele fraaie herenhuizen en net over de grens met Drongen ligt het kasteel Gavergracht. De geschiedenis van de bewoners is steeds nauw met Vinderhoute betrokken geweest.

De ietwat hoger gelegen Kouter wordt gedomineerd door de Van Vlaanderenmolen. De huidige molen is pas gebouwd nadat de oude houten molen in 1905 door een storm ten gronde ging. Van hieruit krijgt men een enig zicht op de lager gelegen Kalevallei met zijn bulkenlandschap van weiden afgezoomd met houtkanten.

En in de vernieuwde dorpskom onder de toren van de gerestaureerde St.-Bavokerk, in 1999 als historisch monument geklasseerd, is het zalig genieten van de open ruimte en de stilte. Of kan men even teruggaan in de geschiedenis op het kerkhof bij de eeuwenoude grafmonumenten.

Met dank aan Gerard Vanvooren